Hachee

Een schoonmoeder is hachee aan het koken. Het kleine poesje begint kopjes te geven tegen het baasje en miauwt om een stukje vlees. De schoonmoeder schopt hem weg. Maar het poesje doet het nog een keer, hij wil een stukje vlees. „Rot op,“ roept ze hard tegen hem en schopt hem in een hoek.
     Dan komt de schoonzoon van zijn werk en gaat aan de tafel zitten. „Ik heb voor jou lekkere hachee gemaakt, speciaal voor jou,“ en schept voor hem een bord vol. Voordat de schoonzoon begint te eten komt het poesje hem kopjes geven om een stuk vlees te krijgen.
     De schoonzoon geeft hem een stuk vlees en zeg: „Eet maar het lekker op mijn schat.“ Het poesje slokte het vlees naar binnen en direct daarna lag hij languit en ademloos op de grond.
     De schoonzoon schreeuwt in woede tegen de schoonmoeder: „Zo, je wil me vergiftigen feeks,“ en gaf haar een grote klap op haar bek, waardoor de schoonmoeder in een hoek vloog!
     „Zo, pak aan heks,“ denkt de poes bevredigend; kijkend met één oog halfdicht.
 
Naar Nederlands vertaald Dana Lempersová